Veel voorkomende spuitproblemen bij het werken met (auto)lak
Een laklaag die loslaat, reageert met de ondergrond of na het drogen een sinaasappelhuid krijgt: bij het werken met spuitverf en autolak kan er van alles misgaan. Vaak is aan het uiterlijk van de lak al goed te herkennen wat de oorzaak is.
Op deze pagina vindt u veel voorkomende spuitproblemen, de mogelijke oorzaken en wat u kunt doen om het probleem op te lossen of bij een volgende laklaag te voorkomen.
Komt u er niet uit? Neem dan gerust contact met ons op. Vertel daarbij welke ondergrond, primer en lak u heeft gebruikt en wat er tijdens of na het spuiten gebeurt. Dan kunnen we gerichter met u meedenken.
Onthechting: de verf of lak laat los
Laat de kleurlak los van de ondergrond of kunt u de verf er gemakkelijk vanaf trekken? Dan is er meestal sprake van een hechtingsprobleem.
Een veelvoorkomende oorzaak is een ondergrond die niet voldoende is gereinigd, ontvet of geschuurd. Ook een verkeerde primer, onvoldoende droogtijd of een te dikke verflaag kan ervoor zorgen dat de lak onvoldoende hecht.
Verwijder loszittende lak voordat u opnieuw begint. Maak de ondergrond vervolgens goed schoon en gebruik een geschikte ontvetter voor spuitwerk. Schuur de ondergrond indien nodig met geschikt schuurpapier en controleer of voor het materiaal een specifieke primer nodig is.
Breng de nieuwe verf vervolgens in gelijkmatige lagen aan en houd de voorgeschreven droog- en overspuittijden van de gebruikte producten aan.
Reageren van lak met de onderlaag
Gaat de nieuwe verflaag rimpelen, opzetten of ontstaan er tijdens het spuiten vreemde structuren? Dan kan de nieuwe lak reageren met een bestaande verflaag, primer of ander materiaal op de ondergrond.
Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer verschillende verfsystemen niet met elkaar verenigbaar zijn, wanneer een onderliggende laag nog onvoldoende is uitgehard of wanneer oplosmiddelen uit de nieuwe lak de bestaande laag aantasten.
Als een laklaag eenmaal sterk reageert, is verder spuiten meestal geen oplossing. Laat het oppervlak eerst goed drogen en verwijder de aangetaste lak tot u weer een stabiele ondergrond heeft. Bouw het verfsysteem daarna opnieuw op met producten die met elkaar gecombineerd kunnen worden.
Twijfelt u of twee soorten primer, verf of blanke lak over elkaar gebruikt kunnen worden? Test de combinatie dan eerst op een klein, onopvallend gedeelte of proefstuk.
Pinholes: kleine gaatjes in de lak
Pinholes zijn kleine gaatjes of putjes in het gespoten oppervlak. Ze kunnen onder andere ontstaan door vervuiling, opgesloten lucht of oplosmiddelen, een verkeerde verwerking van de verf of onvoldoende droogtijd tussen verschillende lagen.
Een goede voorbereiding verkleint de kans op pinholes. Zorg voor een schone en droge ondergrond en verwijder stof en andere verontreinigingen voordat u gaat spuiten. Een kleefdoek kan helpen om de laatste losse stofdeeltjes vlak voor het spuiten te verwijderen.
Zijn de pinholes al aanwezig, laat de lak dan eerst voldoende uitharden. Afhankelijk van de ernst kunt u het oppervlak daarna schuren en opnieuw opbouwen. Diepere oneffenheden moeten mogelijk eerst worden gevuld voordat er opnieuw primer en lak worden aangebracht.
Verkleuring van de lak
Een onverwachte kleurafwijking kan verschillende oorzaken hebben. Denk aan vervuiling van de ondergrond, een verkeerde ondergrondkleur, onvoldoende dekking, verouderde verf of omstandigheden zoals temperatuur en luchtvochtigheid.
Bij slecht dekkende kleuren kan ook de kleur van de primer of bestaande laklaag invloed hebben op het uiteindelijke resultaat. Houd daarom rekening met het volledige verfsysteem en niet alleen met de kleur van de laatste laklaag.
Werk op een schone, goed voorbereide ondergrond, meng of schud de verf volgens de aanwijzingen van de fabrikant en breng voldoende gelijkmatige lagen aan. Controleer bij twijfel vooraf op een proefstuk hoe de gekozen verf en ondergrond samen uitpakken.
Wit of grijs uitslaan van blanke lak (waasvorming)
Een blanke lak die na het spuiten melkachtig, wit of grijs uitslaat heeft vaak last van waasvorming. Vocht, temperatuur, laagdikte en de toestand van de onderliggende verflaag kunnen hierbij een rol spelen.
Breng blanke lak alleen aan over een daarvoor geschikte kleurlak en houd rekening met de voorgeschreven overspuittijd. Spuit niet onnodig dikke lagen en let op de temperatuur en luchtvochtigheid tijdens het verwerken.
Is de waas eenmaal ontstaan, laat de lak dan eerst volledig uitharden voordat u bepaalt of polijsten voldoende is of dat de laag geschuurd en opnieuw gespoten moet worden.
Overspray
Overspray is spuitnevel die buiten het oppervlak terechtkomt dat u eigenlijk wilde spuiten. Hierdoor kan een ruwe waas of een groot aantal kleine verfdeeltjes ontstaan op aangrenzende oppervlakken.
Voorkomen is hier veel eenvoudiger dan herstellen. Dek de omgeving daarom ruim af en gebruik goede afplaktape en afdekfolie. Houd daarnaast rekening met spuitafstand, wind of luchtstroming en het formaat van het spuitbeeld.
Hoe overspray het beste verwijderd kan worden, hangt af van het soort verf, de ondergrond en hoe ver de verf is uitgehard. Begin niet direct agressief te schuren of met een sterke verdunner: daarmee kunt u ook de onderliggende lak beschadigen. Probeer altijd eerst de minst agressieve geschikte methode op een onopvallende plek.
Sinaasappelhuid in de lak
Bij sinaasappelhuid droogt de lak niet mooi glad op, maar krijgt het oppervlak een structuur die lijkt op de schil van een sinaasappel.
Mogelijke oorzaken zijn onder andere een verkeerde spuitafstand, ongeschikte laagdikte, een verkeerde viscositeit bij lak die verdund moet worden of omstandigheden waardoor de lak onvoldoende kan vloeien voordat deze begint te drogen.
Controleer daarom altijd de verwerkingsvoorschriften van de gebruikte verf. Bij lak die volgens de fabrikant verdund moet worden, is het belangrijk om het juiste type en de juiste hoeveelheid verdunner te gebruiken. Een spuitbus wordt uiteraard niet verdund.
Is sinaasappelhuid al ontstaan, laat de lak dan volledig uitharden. Afhankelijk van de laag en de ernst van de structuur kan het oppervlak daarna worden geschuurd en opnieuw gespoten of, bij een daarvoor geschikte afwerklaag, verder worden afgewerkt.
Krassen blijven zichtbaar in de lak
Blijven schuurkrassen na het spuiten zichtbaar? Dan was de ondergrond meestal nog niet fijn of vlak genoeg afgewerkt voordat de kleurlak werd aangebracht.
Kleurlak is niet bedoeld om diepe krassen en oneffenheden op te vullen. Werk beschadigingen daarom eerst vlak met geschikt schuurpapier en gebruik bij diepere beschadigingen indien nodig plamuur of filler. Een geschikte primer of filler kan helpen om de ondergrond egaal voor te bereiden voordat de kleurlak wordt aangebracht.
Zijn er alleen lichte oppervlakkige krasjes in een daarvoor geschikte uitgeharde laklaag aanwezig, dan kan een product zoals Motip Scratch Away in sommige gevallen voldoende zijn. Diepe krassen moeten eerst worden hersteld; polijstmiddel vult ze niet op.
Wolkvorming in de lak
Bij wolkvorming ziet de lak er plaatselijk lichter, donkerder of onregelmatig uit. Vooral bij metallic lakken kan een ongelijkmatige verdeling van pigment- en metallicdeeltjes zichtbaar worden als wolken of banen.
Spuitafstand, snelheid, overlap en laagdikte moeten zo gelijkmatig mogelijk blijven. Ook temperatuur en verdamping kunnen invloed hebben op hoe de lak zich tijdens het spuiten verdeelt.
Ontstaat de wolkvorming tijdens het aanbrengen van de kleurlak, probeer dit dan niet direct te corrigeren door plaatselijk extra dikke lagen te spuiten. Volg de verwerkingsinstructies van het gebruikte laksysteem en zorg bij een nieuwe laag voor een gelijkmatig spuitpatroon over het gehele oppervlak.
Blaasvorming in de lak
Blaasjes of blaren in een laklaag kunnen ontstaan wanneer vocht, oplosmiddelen of andere verontreinigingen onder of in de laklaag opgesloten raken. Ook onvoldoende droogtijd tussen verschillende lagen kan problemen veroorzaken.
Een goede voorbereiding is daarom essentieel. Zorg dat de ondergrond schoon en droog is en gebruik voor het spuiten een geschikte ontvetter. Houd daarna de droog- en overspuittijden van primer, kleurlak en blanke lak aan.
Is er eenmaal blaasvorming ontstaan, dan moet de aangetaste lak meestal worden verwijderd tot een stabiele laag of ondergrond is bereikt. Probeer eerst de oorzaak te achterhalen voordat u opnieuw gaat spuiten; anders is de kans groot dat hetzelfde probleem terugkomt.
Voorkom spuitproblemen met een goede voorbereiding
Veel lakproblemen ontstaan niet tijdens het spuiten zelf, maar in de stappen ervoor. Reinigen, ontvetten, schuren, de juiste primer kiezen en voldoende droogtijd nemen zijn minstens zo belangrijk als de uiteindelijke kleurlak.
Weet u niet welke voorbereiding, primer of lak geschikt is voor uw ondergrond of project? Neem dan contact met ons op en vertel wat u wilt spuiten en welke materialen u gebruikt. Wij helpen u graag bij het kiezen van een passende opbouw.
